Daling

Als mijn Lief sprak over de dag waarop hem zou worden verteld dat hij niet meer kon genezen, had hij het over de dag waarop de daling zou worden ingezet. Beelddenker die ik ben, zag ik dat voor me. Onverwachts brak die dag brak gisteren voor mij aan.

Na afgelopen week steeds te zijn opgestaan met hoofdpijn en andere klachten die ik zag als de effecten van hele intensieve jaren, kwam daar maandagochtend ook nog braken bij. De radiotherapeut besloot mij met de ambulance op te halen. Een lieve buuf kwam me te hulp en ging met me mee. Nog diezelfde dag werd er direct een CT en MRI gemaakt en die lieten zonder twijfel zien dat mijn hoofd ondanks alle zware behandelingen inmiddels wordt overgenomen door een zeer agressieve kanker. Acht bollen van kanker, plekken van kanker in de hersenvliezen en ook kanker in het hersenvocht. Een overweldigende hoeveelheid, waardoor het direct ook duidelijk werd dat mijn lichaam met chemotherapie, operaties of bestralingen niet meer te redden is. De heftige uitslagen raakten duidelijk ook de mensen die het ons brachten, ze kennen me inmiddels een beetje. De dokter vond het moeilijk een prognose te geven, maar verwacht dat ik nog enkele maanden kan leven.

Het paardenmiddel Dexamethason dat ik kreeg uitgereikt doet direct wonderen: de hoofdpijn en de misselijkheid zijn weer weg. Naast de realisatie dat diverse plannen niet meer doorgaan (en ik heb altijd plannen) en het diepe verdriet dat ik ook voelde bij de mensen die ik belde, overviel me eerst een angst voor wat er op korte termijn komen gaat. De neuroloog wist me gerust te stellen: de kanker zit niet aan de voorzijde van mijn hersenen, dat bepalend is voor mijn karakter en ook mijn denkvermogen zal het nog lang volhouden.

Ik voelde en voel geen boosheid. Er kwam naast het verdriet een bizar gevoel van berusting in mij en een groot besef van wat er werkelijk voor mij toe doet. Berusting omdat ik een diep gevoel van dankbaarheid ervaar voor mijn bijna 51 jarig leven. Mensenlief, wat heb ik gelééfd, gevochten voor waar ik in geloofde en met volle, volle teugen genoten. Ik heb voldoende beleefd voor een mensenleven en weet dat ook. Daarbij besefte ik dat ik van heel veel mensen ongelofelijk heb mogen houden en me ook door heel veel mensen geliefd heb gevoeld. Dat blijkt opnieuw -en dat besef ik nu nóg meer- het allerbelangrijkste. Ik had heel graag langer geleefd, maar ik kan niet boos zijn, want ik voel me een rijk mens en heb nu al een vol en dierbaar leven gehad.