Patroon

De helft van de eerste reeks bestralingen is voor de rug! De afgelopen 11 werkdagen ben ik elke middag naar het radiotherapiecentrum gegaan.

De eerste dagen keek ik mijn ogen uit en voelde me wat verloren in die bijzondere ruimte vol technologische hoogstandjes. Alhoewel het tijdstip in de middag en het team zorgverleners elke dag varieert, verlopen de handelingen steevast volgens hetzelfde patroon. Zodra mijn naam wordt geroepen, word ik genodigd een kleine kamer in te stappen waarin zich een stoel, kledinghaken, een spiegel en nog deur bevinden. Ik ontdoe mij van enkele kledingstukken, sla mijn omslagdoek om en wacht voor de tweede deur. Zodra die open gaat, neemt een zorgverlener me mee, langs de regiekamer, door een gangetje naar een ruim vertrek waar een tweede zorgverlener al naast het imposante bestralingsapparaat op me staat te wachten. De behandeltafel is op mijn lichaamsmaten ingesteld. Ik klim er op. Een schuimblok pas precies onder mijn knieën en mijn hoofd ligt in een geschuimde houder. Ik strek mijn armen boven mijn hoofd en leg ze in de voor mij gepositioneerde houders.

Mijn geboortedatum wordt gecontroleerd en er wordt een staafje vlak boven mijn ribbenkast gemonteerd. Eerst wordt de ademhalingstest gestart: tweemaal kort in en uit ademen en dan een keer dieper en langer om zeker te stellen dat ik bij ingehouden adem het staafje raak en kan voelen.

De bestraling is het meeste effectief op ongeveer 1,5 cm diepte. Bij mijn borstbeen komt dat goed uit, maar ter plaatse van de amputatie moet de huid worden geraakt. Uit het bakje met mijn naamsticker erop wordt daarom een mat ter grootte van een A4 en ruim 1 cm dik gehaald om op mijn huid te leggen. Eén zorgverlener leest hardop de positieaanduidingen voor uit mijn dossier en samen gaan ze aan de hand van die aanduidingen en de tatoeagepuntjes in mijn huid nauwkeurig na waar de mat moeten liggen.

Ze trekken zich terug, testen vanuit de regiekamer of ik hen over de intercom goed kan horen en starten het programma. ‘Adem in, adem uit …. adem in, adem uit …. adem DIEP in en houd vast’ hoor ik over de intercom en braaf volg ik de stem van één van de twee zorgverleners. Ik lig zo stil mogelijk en om mij heen draaien traag de armen van het apparaat. De eerste ronde is om een CT-scan te maken, dat kan dit apparaat namelijk ook. Met die scan wordt gecontroleerd of het berekende bestralingsplan kan worden uitgevoerd: Lig ik weer goed en is mijn lichaam sinds de sessie ervoor onveranderd. ‘En adem maar weer uit’. Hierna volgen de zes bestralingen waarbij ik elke keer word gevraagd mijn adem in te houden.

Ik voel niets van de bestralingen waardoor het lijkt alsof we allemaal acteurs zijn in een vreemde scène, die we alle werkdagen opnieuw repeteren. Inmiddels zie ik echter dat er toch ook twee nieuwe patronen zijn ontstaan: onder mijn ogen beginnen de kringen zich af te tekenen en op mijn huid een gebruind vlak, precies ter plaatse en ter grootte van de mat.