Preuts

Ja, ik ben preuts. In pashokjes van kledingzaken controleer ik altijd even of de gordijnen goed dicht zitten. Wie mijn kledingstijl een beetje kent, weet dat ik nu na het verlies van een charmant decolleté nauwelijks nieuwe kleding hoef te kopen. Mijn stoere lief heeft over mijn preutsheid meermaals grappen gemaakt, al zat in zijn pretoogjes ook altijd trots en opluchting over de exclusiviteit die er mee gepaard gaat.

Wie een aandoening krijgt die zich ergens tussen schouders en knieën openbaart, doet er goed aan preutsheid thuis te laten. Ook ik moet nu vrijwel elke werkdag voor de radiotherapie uit de bovenkleren. Voor het oog van een wisselend team van zorgprofessionals. Zij kijken natuurlijk al lang niet meer van bloot op. Ze zijn het duidelijk gewend en dat maakt het wel iets makkelijker.

Lastiger blijf ik de echo’s vinden die in dit lange behandeltraject al meermaals plaatsvonden. Een assistent roept mijn naam, vraagt me in het kleedgangetje om te kleden en laat me plaatsnemen op de behandelbank. Er wordt een schamel handdoekje over me heen gedrapeerd en voordat de assistent de ruimte via een andere deur verlaat, krijg ik te horen dat de radioloog zo wel zal komen. Bibberend lig ik -voor mijn gevoel best lang- in mijn eentje te wachten met mijn blik op die andere deur die blijkbaar elk moment open kan gaan. Heimelijk verlangend naar een combinatie van een boerka en een gewatteerd skipak. Pas wanneer de specialist binnenkomt, me hartelijk begroet en vakkundig met het echo-apparaat aan de slag gaat, ontspan ik weer wat.

Ik geef eerlijk toe dat ik in die wachttijd een keertje snel van de behandelbank af ben gesprongen en terug gesprint naar het kleedgangetje. Nog even controleren of de deur, waardoor ik was binnengekomen en die uitkomt op de publieke ruimtes, wel echt op slot zit….