Anders

De radiotherapie, de vierde behandeling, is vandaag gestart. Een ander gebouw op het ziekenhuisterrein, ander team, andere handelingen, andere woorden en gebruiken om te leren en waarschijnlijk ook andere bijwerkingen. Bij de eerste drie behandelingen (twee reeksen chemokuren en een operatie) werd al snel duidelijk wat mijn lichaam er van vond en moest het er steeds weer van herstellen. Voorlopig voel ik van deze radiotherapie zelf niets, maar het zal de komende weken waarschijnlijk stilletjes gaan opstapelen tot een flinke vermoeidheid en schade in mijn lichaam.

Reden tot uitstel, zoals dat bij de chemokuren kon optreden, of juist versnellen zoals bij de operatie, is er niet. Ik heb daarom al een keurige lijst met alle data voor de eerste reeks bestralingen tot en met 29 december op mijn bureau liggen. Het is een bijzonder welkome gedachte dat ik blijkbaar eindelijk weer wat kan plannen in mijn agenda. IJs, weder en afname van energie dienende natuurlijk. De afdeling fysiotherapie heeft zelfs al de afspraken van hun team met mij al aangepast, zodat ik niet twee keer op een dag naar het ziekenhuisterrein hoef en ter plaatse niet lang hoef te wachten tussen twee afspraken. Tot vlak voor de eerste bestraling ben ik door hen nog heerlijk geholpen met training, diepe ontspanning en strekken. Nog los van het altijd heilzame luisterende oor. Het resultaat mocht er zijn: ik kon duidelijk beter gestrekt en ontspannen op de radiotherapie-behandelbank liggen.

De grootste verandering is misschien wel mentaal: er is geen gewenst resultaat meer om direct na de radiotherapie naar uit te kijken. Er was geen kanker zichtbaar op de laatste scans en dat gaan we zeer waarschijnlijk ook niet op nieuwe scans kunnen zien. Dus we baseren ons op onderzoeken bij anderen en weten niet zo goed wat het voor mij gaat opleveren. Bomaanvallen op vredig ogende gebieden dus, omdat er wellicht ergens nog wat kleine opstandelingen in een loopgraaf stiekem liggen te wachten. We weten maar nooit….

Door mijn adem tijdens de radiotherapie in te houden, ontstaat er een beschermende luchtbuffer tussen de bestraling en mijn hart. Vandaag bleek ik mijn adem minder lang vast te hoeven houden dan ik dacht en had getraind. Om die reden besloot ik al snel om nog een kleine verandering door te voeren: mijn adem inhoudend alleen het zesde couplet van het Wilhelmus in gedachten zingen. Ik mag dan al weer uitademen na die indrukwekkende slotverzen van vers 6: “De tirannie verdrijven, die mij mijn hart doorwondt”. Dat lijkt me in deze situatie meer van toepassing, dan dat ik voor de zoveelste keer mijn levenslange eerbetoon aan de koning van Spanje bevestig. Ditmaal bovendien in een ietwat respectloze houding. Daar zit die beste man vast ook niet op te wachten.