Operatie

Iets vroeger dan aangekondigd werd ik met bed en al van de verpleegkamer opgehaald. Lieve vriendin mocht meelopen tot aan de deuren van het OK-complex. In de lift, kijkend in de spiegel, dachten we allebei aan een selfie die mijn stoere lief ooit via dezelfde spiegel had gemaakt, toen ook hij in een ziekenhuisbed naar de OK werd gebracht. Hij kreeg toen een zenuwblokkade om de heftige pijnaanvallen als gevolg van alvleesklierkanker tegen te gaan. Op die foto sta ik naast zijn bed.

Op de holding, de voorbereidingskamer voor de OK, stelde een operatieassistent zich aan mij voor met dezelfde voornaam als mijn lief en kreeg daarom een volle glimlach van mij. Wachtend op de chirurg kletste ik in de OK met het team over innovaties in de zorg en vergaten we de tijd. Daardoor moest hij notabene weer op ons wachten tot ik goed gepositioneerd lag op de tafel.

Terug op de zaal werd het aangebrachte litteken geïnspecteerd. Ik had me er al een half jaar een voorstelling van kunnen maken en in mijn fantasie had het inmiddels weinig fraaie vormen aangenomen. Blij en zeer opgelucht over het resultaat, mogelijk ook nog wat euforisch van de pijnstillers, kletste ik even later honderduit tegen mijn bezoek. Het zat er op, ik had weer een horde genomen. Nog een nachtje aansterken en morgen mogelijk weer naar huis.

Mijn kamergenote had die avond behoefte om tegen mij te praten en ik ontdekte al snel tot mijn verrassing dat zij onlangs de diagnose alvleesklierkanker had gekregen. Zij ontdekte dat ik er meer dan gemiddeld vanaf bleek te weten en was blij met de tips die ik haar kon geven. Plots nam de pijn bij haar toe en ik liet de verpleegkundigen waarschuwen, bewust van wat er zou kunnen gaan gebeuren. Het was al te laat: ze begon te spugen, liet noodgedwongen alles lopen en lag te kronkelen en te kreunen van de pijn. Net als nog maar een paar jaar geleden kwam ik in actie, probeerde ik te troosten en telde ik de minuten tot de pijnstilling eindelijk zou gaan werken. Machteloosheid en rauwe herinneringen bonkten in mij – tegen mijn kersverse litteken.

Op de gang wachtte ik tot de verpleging haar had geholpen en vertelde hen waarom ik vervolgens huilde.

Ik ben een piraatmet-een-rugzakje. Eentje die de afgelopen tijd dankzij veel lieve mensen heeft geleerd dat het belangrijk kan zijn aan te geven wat je nodig hebt. Ik heb een heerlijk rustige nacht gehad in een andere ziekenhuiskamer, voor mij alleen. Nu weer fijn thuis.