Zelfbeeld

Ooit kregen mijn collega’s en ik de opdracht om voor een evenement ‘iets leuks voor kinderen’ te ontwerpen. ‘Als het maar geen springkussen was, want daar kwamen de anderen al mee.’ We bedachten dat het een kans was om de honderden kinderen die het evenement zouden bezoeken op een nieuwe gedachte te brengen. Namelijk de gedachte dat gehandicapte kinderen eigenlijk super stoer zijn.

We ontwierpen een heus pirateneiland, met een schat. Op de dag van het evenement kleden wij onszelf om tot piraten en tekenden littekens op ons gezicht. We nodigden kinderen uit om de schat te komen zoeken. Ze zouden in kleine groepjes moeten samenwerken om een brug naar de schatkist vol lekkere koekjes te bouwen. Al snel stonden de kinderen in de rij.

We keken ze één voor één streng aan en zeiden: “We denken niet dat jullie dit aankunnen, want jullie zijn helemaal geen echte piraten, dat zie je zo. Echte piraten hebben al avonturen meegemaakt. Daardoor hebben ze een handicap: een lap voor een oog, of een houten been of een haak in plaats van een hand. Jullie hebben volgens ons nog niks meegemaakt.” Dan keken ze heel beteuterd. “Of willen jullie ook een handicap?” Dat wilden ze dolgraag. Sommigen kregen dan van ons een spalk om de arm of het been, anderen een speciale bril waardoor je wazig kijkt of nog een andere ‘handicap’. Trots lieten ze het hun ouders zien. Daarna kregen ze piratenkleding aan en mochten ze aan de slag. Ze ontdekten dat het best wel uitdagend, maar ook leuk was om samen een brug te bouwen. Velen gingen na het vinden van de schat meteen in de rij staan om nog een keer te mogen.

Op een gegeven moment ging er een jongetje in de rij staan dat blind bleek te zijn. De andere kinderen keken vol bewondering naar hem. “Dat is een ECHTE piraat!” fluisterde er eentje.

Morgen, als ik mijn borst kwijtraak en een lang litteken rijker ben, ben ik ook een echte, avontuurlijke piraat. Maar gelukkig wel een vredelievende, die al volmaakt gelukkig is met haar eigen bezittingen.