Samenwerken

Het komt natuurlijk niet heel vaak voor dat een patiënt graag ook meedenkt over innoveren voor de gezondheidszorg. In mijn opleiding, werk en promotieonderzoek heeft mijn passie, innoveren voor de zorg, altijd centraal gestaan. Voor mij is het daarom vanzelfsprekend om die passie (en de opgedane kennis) vrijblijvend aan te bieden aan de zorgverlenende instanties waar ik -door ziekte gedwongen- nu al maanden mee te maken heb. Sommige zorgverleners staan daar positief tegenover, bij anderen leidt dat vooral tot verwarring.

De laatste groep geeft aan dat zij het belangrijk vinden dat ik primair patiënt en niet hun designer ben. Ze staan er niet voor open, omdat ze vrezen dat het afleidt van mijn behandeling. Reuze goed bedoeld. Helaas werkt het ook nog. Elke keer dat me dit wordt gezegd, voel ik me weer een beetje meer patiënt en minder Ingebee. Als patiënt ga ik niet graag naar het ziekenhuis en ben ik blij als ik weer buiten sta. Als Ingebee kijk ik echter gefascineerd rond in een ziekenhuis en voel ik allerlei ideeën opborrelen. Niet alleen sommige zorgverleners, maar ook ik raak daardoor nu soms in verwarring. Elke keer weer als mijn (notabene gratis) aanbod wordt afgewezen, terwijl allerlei andere ziekenhuizen het toch al decennia lang heel aantrekkelijk vinden wanneer ik meedenk en help innoveren.

Het zet me aan het denken over die bijzondere relatie tussen patiënt en zorgverlener. Ik weet en ervaar dat vrijwel alle zorgverleners graag vol overgave patiënten willen helpen. Misschien voelt dat voor sommigen een beetje als een chefkok in een driesterrenrestaurant: ze werken ongelofelijk hard om topkwaliteit te leveren en daarmee hun gasten zoveel mogelijk in de watten te leggen, kortom service te bieden. Vervolgens kom ik, hun gast, met opgerolde mouwen de keuken in lopen en heb ideeën voor innovaties. Daar zal menig chefkok toch ook raar van opkijken.

Toch zijn er ook grote verschillen met een driesterrenrestaurant. Als patiënt kun je je door de ziekte machteloos en buiten spel voelen staan. Tel daarbij op dat je als patiënt moet accepteren dat er herhaaldelijk over (niet met) jou in multidisciplinair teamverband gesproken wordt. En daarin bedacht wordt wat je als patiënt aankunt. Zit je daarnaast ook nog eens niet één avond, maar maandenlang met elkaar opgescheept, dan kan het volgens mij toch echt wel belangrijk worden om in gesprek te gaan over hoe je het beste met elkaar zou kunnen samenwerken. Dat vraagt om een breed spectrum aan maatwerk, wat overigens knap ingewikkeld is binnen de richtlijnen en protocollen waarop we met z’n allen de zorg afrekenen.

Sommige zorgverleners staan er echt voor open en vinden het boeiend om ook van mij wat te leren, in plaats van ik alleen van hen. Of met me in gesprek te gaan over onze samenwerking. Die krijgen van mij bonuspunten. Met hen kan het nog leuk worden!