Metafoor

Graag maak ik gebruik van metaforen om iets uit te leggen over mijn ervaringen. Ook anderen zie ik naar metaforen grijpen wanneer ze iets willen vertellen over kanker en kankerbehandelingen. Een veelgebruikte is oorlogsvoering. Dat levert kreten op als “Ga de strijd aan!” of “Deze eerste slag heb ik al overwonnen”. Velen storen zich daar terecht aan, omdat het een gevaarlijke metafoor is. Het suggereert namelijk dat je, met het juiste aanvalsplan en het beste leger, kanker wel kunt overwinnen. Dat probleem herken ik. Ik heb drie jaar geleden mijn lief moeten begraven en ik had toch echt samen met hem en een heel team adequate zorgverleners en velen anderen alles gedaan wat we konden om dat te vermijden. In documentatie over kanker en kankerbehandelingen worden daarom strijdkreten terecht vermeden.

Toch is het ook wel jammer dat we daarmee het kind met het badwater misschien soms weggooien – om nog maar eens een andere kippenvel-gevende metafoor in te zetten. De angst, de machteloosheid en de verwoestende werking kennen we nu eenmaal van (verhalen over) oorlogen. Daardoor kan zo’n metafoor in sommige gevallen misschien een beetje helpen wat heftige emoties uit te drukken.

Misschien dat het probleem niet zit in de metafoor, maar in de rolverdeling binnen die metafoor. Zoals ik in mijn blogbericht van 14 april al aangaf, voel ik mij als patiënt namelijk niet een van de strijdkrachten. In mijn beleving is het nationale leger in de metafoor de representant van de verzameling gezonde cellen die ik heb, gesteund door mijn immuunsysteem. De opstandelingen zijn de kankercellen. De chemo is het leger huurlingen uit andere landen. Zelf voel ik mij de burgerbevolking die te midden van al dat geweld zich soms angstig afvraagt wat de toekomst gaat brengen. Gaan de enge opstandelingen winnen? Met lede ogen zie ik aan hoe ook de huurlingen verwoestingen achterlaten. En soms vraag ik me ook gewoon hele praktische dingen af, zoals of het lukt om morgen weer wat meer werk te verzetten. Of hoe ik kan voorkomen dat ik de goede soldaten per ongeluk voor de voeten loop. En of ik hen met gezond eten wat zou kunnen ondersteunen. Geen glansrijke gladiatorrol dus, maar gewoon elke dag proberen door te leven – ondanks het geweld in mij.

Daarbij is het me overigens wel opgevallen hoe ongelofelijk veerkrachtig dat nationale leger van gezonde cellen blijkt te zijn. Bij de diagnose was ik even wat van slag dat ze zomaar flink terrein bleken te hebben verloren, maar die cellen verdienen met die steeds terugverende bloedwaarden nu toch echt respect. Vanavond dus maar weer eens lekker voor ze gekookt.