Halverwege

De wekker gaat morgenochtend om zes uur af. Samen met mijn broer zal ik de vaste route naar het ziekenhuis wandelen om aldaar mijn bloed te laten prikken. Een uur later zullen de labuitslagen bekend zijn en horen we van de internist-oncoloog of de zware kuur direct daarna kan starten. Ditmaal niet op de gebruikelijke vrijdag, omdat mijn stoere, grote lief op 6 augustus is overleden. Liever lig ik die dag niet ook ziek van de gevolgen van kanker in een zelfde ziekenhuiskamer.

Gelukkig begint nu het aftellen van de tweede helft van deze tweede kuur. Nog maar twee zware weken en vier milde. Misschien hier en daar nog een extra week door uitstel. Dat is te overzien en mijn gedachten en vragen gaan al volop uit naar het traject erna.

Aan mijn kapstop hangt een fleurige verzameling zomerhoeden. Buiten beschermen en maskeren ze op elegante wijze mijn kale hoofd. Ondanks mijn veelkleurige bril, valt nu echter wel op dat ik mijn wimpers kwijt ben. Bijna ook mijn wenkbrauwen, die enkele weken terug nog zo zwaar en donker waren. Vanuit de spiegel kijkt een onbekend persoon naar me, iemand waarmee ik nog steeds vertrouwd moet zien te raken. Deze persoon zal ik waarschijnlijk tot in november te pas en te onpas tegenkomen. Ik ben nu al benieuwd wie ik daarna in de spiegel ga ontmoeten. Na alles wat er immers al is gebeurd en zeker dan zal zijn gebeurd, zal dat opnieuw een anders ogende persoon zijn. Ik zet hoopvol in op nog iets wijzer.