Over haar

Terwijl ik, inmiddels zonder hoofdpijn, nog lekker nageniet van het mini-symposium en mijn verjaardag, beginnen langzaamaan de voorbereidingen voor de tweede van de vier rondes in het traject ‘chemotherapie I’. Vandaag bloed geprikt, morgen voorbespreking met de casemanager en als de bloedwaarden goed genoeg blijken te zijn, krijg ik vrijdag weer chemo toegediend. Het effect van de chemo schijnt de tweede keer (en daarop volgende keren) nagenoeg hetzelfde te zijn als de eerste keer. Dat betekent globaal dat ik vanaf zondag een aantal dagen mijn bed moet opzoeken. Eind volgende week, misschien al eerder, zal het voelen alsof de spanband om mijn hoofd weer los mag. De tweede week verwacht ik weer leuke activiteiten op te kunnen pakken en vooral ook weer bij te slapen. Kort gezegd: week op, week af. Of eigenlijk is het meer: week plat, week op.

Nieuw in de tweede ronde is dat mijn haar kan gaan uitvallen en mijn wenkbrauwen sterk uitdunnen. In mijn geval zal dat een nogal prominent effect kunnen opleveren. Een bekende methode om die uitval te beperken is het dragen van een coldcap (oftewel een sterk gekoelde muts) tijdens het toedienen van de chemo. De casemanager had mij een website laten zien waarop met diagrammen werd getoond hoe groot de kans is dat je je haar met die coldcap behoudt. Dat blijkt afhankelijk van het type chemo dat je krijgt. Ik ben dol op diagrammen en zag dus direct dat bij de combi chemo die ik krijg, die kans helaas ergens tussen de 2 en hooguit 20% is. Ik mocht de coldcap zeker proberen, maar kreeg ook alvast folders van pruiken en mutsjes mee. Het eerste kwartier met zo’n coldcap scheen het zwaarste te zijn, omdat daarin de hoofdhuid door de coldcap moet worden bevroren. Die fase viel me eerlijk gezegd best wel mee. Kou op mijn hoofd vind ik niet zo erg, ik ben zo’n type dat gerust met nat haar de vrieskou in fietst en elke dag mijn hoofd koud naspoelt onder de douche. Maar vervolgens uren lang met een klemmende badmuts op zitten waaraan een kabel zit, waardoor je je niet goed kunt bewegen, vond ik minder plezierig. Ik werd er duizelig van. Het liefst heb ik niks dat op mijn hoofd kan klemmen. Geen pet, haarband en zelfs niet zo’n hippe koptelefoon. De tweede ronde ga ik het opnieuw proberen, maar wellicht dat ik er in een latere ronde toch vanaf zie. Dat scheelt bovendien veel tijd, want het afkoelen van de hoofdhuid en het nakoelen duurt veel langer dan de chemotherapie zelf.

Als kind heb ik mijn lange haar op een dag trots bij de kapper achtergelaten voor de makers van pruiken. Wat een vakmanschap is dat, zulke schitterende pruiken maken! Ik heb prachtig en dankbaar werk, maar de pruikenmakers beslist ook. Die helpen heel wat mensen door een hele moeilijke tijd heen.

Toch wist ik direct dat een pruik niet bij mij past. Mijn lichaam laat al 50 jaar zien hoe het met me gaat en waar ik in mijn leven sta. De littekentjes die ik in de afgelopen jaren heb opgelopen, hebben elk een verhaal. Mijn grijzende haar wilde ik nooit laten verven. Een lichaam als een dierbare reistas, waaraan je de avonturen kunt aflezen.

Ik zal me eens gaan verdiepen in een leuke collectie (zachte, niet klemmende!) mutsjes, vrolijk passend bij mijn favoriete kleding.