Gespin

Donderdag en vrijdag waren twee hele intensieve dagen. Gesprekken met zorgprofessionals om mij voor te bereiden en instructies te geven, folders en leaflets lezen (o.a. over hygiënevoorschriften of beperk suikerinname), nieuwe metingen van lichaamsfuncties. De bioptname in de CT scanner met lange naalden in mijn borstbeen, het geluid van de boor daarbij en de opluchting dat de voorspelde pijn reuze meeviel. De ingeplande bloedafname die ik vervolgens vergat (ik kwam er na sluitingstijd thuis achter), iemand die dat weer voor me is gaan fixen, zodat de chemo toch de dag er na kon doorgaan. De verpleegkamer met de drie behandelstoelen, de gesprekken met verpleegkundigen, de andere patiënten en bezoekers, de coldcap op mijn hoofd (daarover in een later blogbericht meer), het felrood gekleurde gif dat via een ader in mijn hand naar binnenstroomt en al snel een allergische reactie in mijn arm gaf (die gelukkig weer wegtrok), de vele alarmen van de pompen. En tot slot bij thuiskomst de angstige blik van mijn lapjeskatje naar mij, tweelingzusje van het rode katertje en het doordenkertje van de twee.

Tussendoor werk ik met mijn promotiecommissie en collega’s aan een klein symposium dat op mijn initiatief en dringende verzoek nog snel voor aankomende vrijdagmiddag wordt opgezet. Op dat promotieonderzoek komt nu noodgedwongen voor de tweede keer de rem en ik wil heel graag dat zorgprofessionals en service designers met de tot dus ver opgedane kennis toch goed verder kunnen.

Thuis maakt broerlief het logeerbed voor mij op in de studeerkamer naast de badkamer. Dan hoef ik ’s nachts niet de trap af. Hij blijft dit weekend om voor me te zorgen. Als ik doodmoe naar bed ga, ligt mijn rode katertje al lekker uitgestrekt en dik tevreden met deze nieuwe kamerindeling op het logeerbed, het lapjeskatje zit bang weggestopt in een verre hoek.

De eerste lichamelijke reacties dienen zich aan, in volstrekt onlogische volgorde. In mijn immer rijke fantasie stel ik me midden in de nacht voor hoe de vertegenwoordigers van mijn lichaamsdelen of -functies mij steeds verslag uit komen brengen. Mijn vraag aan hen is steevast: “Is het op te vangen of moet ik in actie komen?”. Hun antwoord: “Dit niveau is prima op te brengen, maar we weten natuurlijk niet wat er nog gaat komen.” De Analist in mij is druk doende de signalen en verslagen te categoriseren en te interpreteren.

Ik zie op tegen het voorspelde mogelijke effect op de maag, de misselijkheid en verminderde eetlust. Als de eerste verslagen van lichte maagkrampen komen, reageert de ervaren Analist nuchter: “Eerlijk gezegd denk ik dat dit gewoon stress is.” Ik erger me nu toch een beetje aan mezelf. Stress erbij is weliswaar volkomen logisch, maar juist nu zó contra-productief. Op dat moment springt mijn lapjeskat op mijn bed. Ze drukt haar neusje tegen me aan, vleit zich zachtjes naast me en begint heel hard en lang te spinnen. “Het is niet helemaal mijn vakgebied”, reageert de Analist, “maar je zou kunnen proberen je te focussen op dit geluid, misschien helpt het wat.” En dat doet het ook.
Het eerstvolgende verslagje van de afdeling maagstreek een tijdje later luidt: “Trek. Gelieve wat eten deze kant op te sturen”. Gevoed en voldaan val ik later alsnog weer in slaap.