Machinist

Piepend en krakend breng ik de sneltrein van mijn dagelijkse leven terug tot ‘sukkeldraf met onzekere eindbestemming’ en met vereende krachten wordt door zorgprofessionals ondertussen geprobeerd mijn nieuwe reis, het behandeltraject, zo snel mogelijk op te starten. Allebei blijkt best ingewikkeld bij zo’n complexe aandoening. Ik ben de machinist van de eerste sneltrein. De tweede wordt voor mij én buiten mij om gepland: ik ben reiziger en krijg te horen wanneer ik waar word verwacht.

Een biopt-afname binnen een week blijkt toch niet haalbaar, maar wordt nog een week later. Morgen krijg ik het aangevraagde ‘2de mening gesprek’, woensdag een bespreking met de radiotherapeut voor het derde deel van het verwachte traject dat pas over enkele maanden gaat plaatsvinden. Het ‘1ste mening gesprek over het eerste deel van het behandeltraject’ moet nog worden geboekt, want dat hangt af van de uitslag van het biopt. Ik fiets met mijn telefoon in de hand om ongeplande telefoontjes over nieuwe afspraken vooral niet te hoeven missen. Dan maar het risico op een verkeersboete.

Thuis zet ik alle afspraken in mijn agenda, mét reistijd en mogelijk uitloop, plan voorbereidingstijd in om vooraf samen met Lieve Vriendin vragen op te stellen en stel het alarm van mijn wekker weer in voor de volgende paracetamol om het pijnniveau op acceptabel peil te houden. Tevreden stel ik vast dat ik het allemaal weer keurig heb geregeld en ik wil me gaan voorbereiden op de eerste werkgerelateerde video-call. Even wat anders. Als ik mijn mailbox open komt er een nieuwe mail binnen: ‘Wij delen u mede dat we voor u een telefonische afspraak hebben ingepland.’ Ditmaal betreft het een consult met een bedrijfsarts. Het gesprek vindt al plaats over een uur. Als ik verhinderd ben, moet ik wel tijdig contact opnemen, staat er in de uitnodiging van het secretariaat. Ik meld me daarom maar voortijdig van de werkgerelateerde video-call af. De bedrijfsarts belt me precies op tijd en vraagt me of het schikt.

’s Avonds, als ik naar bed ga, kijkt mijn rode katertje mij verwachtingsvol aan. Hij hoopt op ons dagelijks ritueel: een spelletje dat we samen hebben bedacht en waarin we allebei veel lol hebben. Elke dag sluiten we daarmee de dag af – altijd op het moment dat mij dat uitkomt. En als ik verhinderd ben, hoef ik niets te doen en krijg ik van hem toch een aai langs mijn been.