Uptempo

Het ziekenhuis zet er gelukkig vaart achter. In plaats van ‘ergens in de komende twee weken’ heb ik vandaag de scans al gehad en verwachten ze me donderdag alle uitslagen (scans, bloed, biopten) te kunnen geven. Lieve vriendin gaat dan weer met me mee.

Voor de PET/CT werd me verzocht 6 uur van te voren nuchter te blijven en niet meer te sporten. Het laatste is bij mij altijd al gegarandeerd, maar er bleek helaas ook fietsen en wandelen onder te vallen. Daar ging mijn plan om weer heerlijk in het zonnetje naar het ziekenhuis te wandelen. Met de auto ging ook niet omdat ik mogelijk middelen krijg ingespoten die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Hoogste tijd om een tip van broerlief op te volgen: een heuse ‘Hulpgroep Ingebee’- whatsapp-groep aanmaken van buurtbewoners die de komende tijd wel even willen inspringen om mij (of mijn boodschappen o.i.d.) te transporteren. Dat bleek een fluitje van een cent, wat een fijne buurtgenoten en collega’s heb ik toch!

Een lieve buuf bracht mij -ditmaal ontdaan van gebruikelijke ring en oorbellen- weg voor de eerste scan: de MRI. Ik ben geen groot fan van kleine ruimtes en je moet in een smalle tunnel liggen. Ook zag ik een beetje op tegen de herrie waar dit apparaat bekend om staat. Het viel me mee, mede dankzij Radio4 die de laborant op mijn verzoek via de uitgereikte koptelefoon liet horen. Één van de klassieke stukken ging zelfs een tijdje keurig in de maat mee op het uptempo ritme van de harde klappen die het apparaat geeft. Ik moest er om grinniken en hield me direct in omdat ik net op tijd bedacht dat grinniken natuurlijk ook niet valt onder ‘zo stil mogelijk liggen’, wat ik 20 minuten moest volhouden.

Van de magnetische straling (MRI) naar de radioactieve straling (PET-scan), met daartussen een pauze van 1,5 uur waarin ik 1 liter water moest drinken. De PET-scan begint met driekwartier stilliggen nadat de radioactieve stof is ingespoten (wat overigens een uitdaging blijkt als je net 1 liter hebt weggewerkt). Daarna de scanner in. Deze scanner maakt gelukkig minder herrie. Elke vier minuten schuift de ligplank een stukje verder door de (gelukkig kortere) tunnel van deze scanner. De hele scan duurt driekwartier. Ik durfde bijna geen adem te halen, in de hoop dat de beelden scherp genoeg zijn om eventueel aanwezige uitzaaiingen te spotten of (nog veel liever) uit te sluiten. Tot slot nog in hetzelfde apparaat de röntgenstraling van de CT-scan.

Na afloop werd me op het hart gedrukt 4 uur lang uit de buurt te blijven van kleine kinderen en zwangere vrouwen. ‘Hebt u nog een vraag?’ ‘Ja, eentje. Moet ik ook uit de buurt blijven bij jonge katten?’ ‘Nee hoor’. Opgelucht en flink moe liep ik naar buiten waar broerlief op me wachtte om me naar mijn huis (met jonge katten) te brengen en me op een heerlijke maaltijd te trakteren.